U bent hier

Elke dag op reis

In De brief aan Diognetus, geschreven aan het eind van de tweede eeuw na Christus, wordt geschetst hoe de christenen in die tijd leefden: ‘Ze wonen in hun eigen land, maar als vreemdelingen. (…) Ze vertoeven op aarde, maar ze zijn thuis in de hemel.’
Is dat ook van u en jou te zeggen? Waar ligt je thuis, op aarde of in de hemel?
Onder ongelovigen
Een christen is op reis, naar de toekomst van God. Maar niet iedereen maakt die reis. Er zijn veel mensen die God niet kennen en niet met Hem leven.
Petrus schrijft dat zijn lezers voor misdadigers uitge-maakt worden. Ze werden door hun omgeving gezien als spelbrekers: zij deden niet meer mee met wat gang-baar was. Ze onderscheidden zich door hun verzet tegen abortus, hun nadruk op gelijke rechten voor vrouwen en het dienen van maar één God. In de ogen van hun me-demensen stonden ze daarmee de ontwikkeling van het Romeinse Rijk in de weg (zie ook 1 Petrus 4, 3-4). Herken je dit? Wordt jou ook wel eens verweten dat je een remmende factor bent in het bedrijf of de buurt?
Ver van huis
Het gaat hier over de vraag hoe een christen zich opstelt in de samenleving. Hij kan zich aanpassen. Dan gaat hij helemaal mee in wat de mensen om hen heen belangrijk vinden; hij sluit zich in zijn levensstijl aan bij zijn om-geving.
Een tweede optie is dat je als christen op afstand van de maatschappij gaat staan. Je zet je af tegen de heer-sende cultuur, want die vind je gevaarlijk. Je trekt je te-rug in je eigen wereld.
De Bijbel wijst een derde weg: je maakt onderdeel uit van de samenleving, maar gaat er niet in op. Je bent een vreemdeling, die ver van huis is. Zo spreekt Petrus zijn lezers aan (vers 11). Een christen woont op aarde, maar voelt zich er niet thuis. Geldt dat ook voor jou?
Apart gezet
Het is God zelf die je deze positie geeft. Door Christus gered van de zonde en de dood leef je voortaan voor Hem. Met je medechristenen vorm je een volk dat apart is gezet (zie vers 9).
Je komt anders in het leven te staan. Je gaat belangrijk vinden wat Jezus belangrijk vindt en laat je niet meer beheersen door (de mening van) je collega’s of vrien-den. Je trekt je eigen lijn, in het spoor van Christus. Dat kan betekenen dat je aan de kant gezet wordt: het over-kwam Jezus ook. Maar je deelt ook in zijn heerlijkheid: jouw leven kan niet meer stuk, als kind van God.
En dat maakt dat je vrij kunt bewegen door deze we-reld. Je hoeft niet meer mee te doen met je omgeving, maar kunt je juist helemaal inzetten voor de ander, door een goed leven te leiden.
Een goed leven
Petrus roept ertoe op. Hij komt ook met een praktische invulling. In vers 13 e.v. komt de houding tot de over-heid aan de orde. Een christen heeft respect voor de overheid en stelt zich op als een loyale burger. Hij is betrokken op de samenleving, neemt zijn verantwoorde-lijkheid en draagt bij waar dat mogelijk is.
Petrus richt zich ook tot de slaven (vers 18 e.v.). Je mag dat toepassen op onze werkrelaties. Als christen weet je dat niet je baas je toekomst bepaalt, maar dat je geluk vastligt in Christus. Dan kun je je dienend opstel-len ten opzichte van je werkgever en je collega’s.
Zo leid je een goed leven en kom je tot goede daden. Omdat je geluk elders ligt, kun je je inzetten voor het geluk van de ander.
Eer aan God
En zo ben je elke dag op reis. Op je werk, tijdens je stu-die, bij het sporten, in de familie en noem maar op ben je een vreemdeling: jouw thuis is niet hier, maar dáár.
Dat roept weerstand op; je wordt bespot en als spel-breker weggezet. Maar het gebeurt ook dat jouw manier van leven opvalt. De mensen om je heen verwonderen zich over je goede daden en willen weten waarom jij zo betrokken bent op anderen. Ze komen tot inkeer en le-ren God kennen. Op de dag waarop Hij de wereld zal oordelen zullen ze Hem met blijdschap begroeten.
Daar loopt het op uit. Het goede leven van een chris-ten is gericht op de eer van God (vergelijk Matteüs 5, 14-16). Leid jij een goed leven?
Slot
Van de christenen in de tweede eeuw na Christus werd gezegd dat ze op aarde vertoefden, maar thuis waren in de hemel. Ze waren elke dag op reis. Jij ook?
OM OVER NA TE DENKEN:
1 Leef je als een pelgrim die ernaar verlangt om thuis te komen of voel je je hier op aarde goed thuis?
2 Is jouw leven aantrekkelijk voor de mensen in je omgeving? Wat kan daarin nog verbeterd worden?